VERZAMELDE VERHALEN

Het verhaal van: Ria Jansen

We waren met de gemeente in de Mariakapel. Dat deel, naast het koor, was toen afgeschut, en we hadden op die plek de dienst. Ook de stoelen stonden daar. Op een gegeven moment was er een soort afsluiting van de dienst gaande. Suze Westerveld en ik liepen richting de rest van de gemeente; iedereen zat al. We kwamen als laatsten aangelopen, en toen gebeurde er iets dat we nog nooit meegemaakt hadden: een heel raar gevoel, niet aards. Ik zei tegen Suze, ‘Heb jij dat ook?’ ‘Ja, ik voel het ook’, antwoordde ze. Ik herinner me dat Systze, die in die tijd de diensten deed, nog ‘Komen jullie niet?’ riep. Het was alsof we zweefden. We konden er niets aan doen, het was heel sterk. We werden boven de werkelijkheid uitgetild. Héél merkwaardig. Alsof je ineens ergens anders was.

Het heeft heel veel indruk gemaakt, ik denk er nog wel eens aan. Het is jaren geleden, want het was dus bij Sytse de Vries, en Eddy Reefhuis is nu ook al jaren dominee hier. Ik denk dat Suze het ook nog wel weet. Het is me later nooit meer gebeurd, niet zo. Ik heb wel gehad dat toen mijn vader net was overleden, hij op de rand van mijn bed zat. Ik vroeg hem iets, maar hij gaf geen antwoord. Daarna was hij weg.

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Het verhaal van: Arie de Groot

Ik kwam hier al in mijn tienertijd, dat moet in 1964 zijn geweest of zo, nog voordat het schip gerestaureerd was. De kerk is gerestaureerd in de jaren vijftig; voor het orgel stond nog een schutting. De organisten, zoals Piet van Egmond destijds, kwamen na afloop altijd naar beneden. Na het concert stonden mensen hen altijd op te wachten bij de grote bruine deur. De deur die er nog steeds is en nog steeds zo piept en kraakt. Wat zich achter die deur afspeelde was altijd een mysterie voor me. De organist kwam dus naar beneden en vertelde welke stukken hij ten gehore had gebracht. Ernaast stonden altijd twee mannetjes. Zij deden collecte, zamelden geld in voor het orgel. Wie die mannetjes waren, heb ik lange tijd niet geweten, net als wat zich achter die grote bruine deur afspeelde geheim bleef. Het bleken de gebroeders Hermanides te zijn, dat waren de klokkenluiders.

Inmiddels ben ik al zo’n dertig jaar zelf klokkenluider en ga ik, via de vroeger zo geheimzinnige deur, de Oudekerkstoren op.

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Het verhaal van: Riet Lentink

Ik leef met de klokken. De dag verloopt en de hele dag door hoor je de kerk. De tijd op de achtergrond. Ik wil het verhaal vertellen van een vrouw die ik hier in de buurt heb leren kennen. Het gaat ook over het sociale karakter van de kerk in samenhang met de buurt.

De vrouw, Zuster Steenman, was toen ik haar voor het eerst ontmoette al op leeftijd. Ze was vanuit de Oude Kerk jarenlang werkzaam geweest als wijkzuster. Ze was een van de zusters van de diaconessenhuizen die je had in Amsterdam. Ze werd uitgeleend aan de kerk – dat was vroeger zo met al die ‘zuilen’.

In 1964 ging ze met pensioen. Toen had ze er bijna veertig jaar op zitten. Wat ze vertelde over de zorg voor de kinderen vóór de oorlog, is me bijgebleven. In de jaren dertig waren de mensen in deze buurt arm en de hygiène was slecht. Op het Rokin woonde een rijke dame met een badkamer die ze op zaterdag beschikbaar stelde aan de zuster. Die trok met een stoet kinderen op zaterdag naar het Rokin om, geholpen door de dienstbode, al die kinderen te baden en van schone kleren te voorzien. De dienstbode waste de kleding en zo hadden de kleintjes telkens een week later weer schone kleding. Het is bijna niet voor te stellen hoe belangrijk dat was, vooral voor de moeders van de grote gezinnen die vaak in kleine benauwde woningen met velen samenwoonden.

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Het verhaal van: Katrien Vogel, beeldend kunstenaar

Ik woon tegenover de Oude Kerk. Als ik de kerk niet zie, dan hoor ik wel het carillon. Deze buurt gonst van het verleden. Aan ons huis hangt de tulp ‘Semper Augustus’, geflankeerd door de tekst 'Al nut, Al nyet' (De opbrengst / niets). De tulp heb ik gemaakt; hij verwijst naar de tulpomanieperiode, toen er heel veel geld omging in tulpen. Die macht van het geld! Als de bol nog in de grond zat, was de tulp al verkocht. Er waren tulpensoorten die echt heel duur waren, een tulp van 4.200 gulden bijvoorbeeld. Het jaarinkomen van een timmerman was toentertijd ongeveer 250 gulden! Een ware tulpengekte brak los en die ontaarde in enorme windhandel.

De tekst 'Al nut, Al nyet' heeft te maken met de betrekkelijkheid van alles. Het staat in de kerk te lezen bovenin de Binnenvaartskapel en ook in het gewelf van de Buitenvaarderskapel. Hier zie je Maria met de dode Christus op haar schoot en naast zich twee omgekeerde geldbuidels. Tekst en beeld hebben ons geïnspireerd om die tekst op ons huis te zetten. Want in het licht van de geschiedenis wonen wij er ook maar kort. Het huis dateert van rond 1600. De tekst geeft aan dat alles maar relatief is, in het licht van de geschiedenis wonen we hier maar kort. Het prachtige uitzicht vanuit het huis op de kerk zal blijven.

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Het verhaal van: Bart de Vrees

Ik heb eens in de kerk gespeeld met een koor; ik ben muzikant en componist. Het is jaren geleden, 1998 misschien. Ik weet het niet meer precies. Ik kom hier eens in de zoveel tijd, nu omdat er een tentoonstelling is.

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Het verhaal van: Missy

Mijn man werkt in Brunssum, maar ik kom oorspronkelijk uit Texas. Nu wonen we in Sittard. Het is voor het eerst dat we in de Oude Kerk zijn, we doen een dagje Amsterdam. Vooral het gewelf vind ik indrukwekkend. Al dat hout, waanzinnig! In Amerika heb je ook wel kerken, maar die zijn hoogstens honderd jaar oud. En kerken zoals deze worden er al helemaal niet meer gebouwd.

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Het verhaal van: Jaap Spruyt

Dat kleine orgel lijkt heel erg veel op het orgel van de Gasthuiskerk in Middelburg. Die in Middelburg is negentiende-eeuws en heeft minder versiersels. Hij is duidelijk soberder dan deze hier in de Oude Kerk, die uit de zeventiende eeuw is. De latere dominee Wisse, van de kerk waar ik ben opgegroeid, die had een hekel aan te veel muziek; Hij had zelf altijd een hele lange preek. Daar moet ik aan denken als ik dat orgeltje in de Oude Kerk nu zie. Het roept een aparte associatie bij me op. Het doet me denken aan de dominee die altijd te weinig spreektijd had. Het is een verhaal dat bij ons in de gemeenschap altijd de ronde deed. Dat hij altijd naar boven riep: 'zonder voorspel, organist!' En dat gebeurde dan ook. Géén voorspel. Meteen zingen. Maar Zeeuwen zijn koppig. En deze Zeeuwen waren het allebei. De organist loste de situatie op door nog even door te gaan ná het zingen. Zonder voorspel, oké, maar mét náspel.

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Het verhaal van: Janneke Spruyt

Denk je dat Jezus gekomen is om een nieuwe godsdienst te brengen? Ik denk van niet. God is voortgegaan op wat er al was. Natuurlijk is er heel veel waardevols toegevoegd, en toch, alles stond al in het Oude Testament.

De Oude Kerk is een prachtig gebouw. Mooi dat het nog steeds voor godsdienst wordt gebruikt. De kerkgemeente zal hier de wereld wel buiten willen houden. Het is in ieder geval heel duidelijk zo geweest. In de protestantse traditie past dat je de bijbel als het woord van God zeer letterlijk neemt, zoals aan de binnenkant van het koorhek staat te lezen: 'Men moet om godesdienst en kenniss’ reyn te houwen op ’s woords gront nu voortaan, geen menschen instel bouwen'.

Borduren is een mooi symbool. Bij de gemeenschap waarbij wij zijn aangesloten maken we als er een kindje geboren is allemaal een lapje van tien bij tien centimeter. We krijgen dan op welke kleuren het moeten zijn, en van al die lapjes samen wordt dan een babydeken gemaakt.

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Het verhaal van: Mirjam Jalving

Elk jaar is er rond vijf december in de Oude Kerk een Sinterklaasfeest speciaal voor de kinderen. De eerste keer dat ik mijn zoon Sam meenam naar de Oude Kerk toen Sinterklaas op bezoek kwam, was hij zwaar onder de indruk. Ik denk dat dat voor veel kinderen in de buurt hier geldt. Het is een eerste echt toegankelijke ervaring met de Sint. Sam mocht toen ook een handje geven, heel leuk allemaal.

Na een tijdje ging Sinterklaas natuurlijk weer weg, dus alle mensen dromden om de oude man heen die weer terug ging naar zijn bootje. Dat bootje lag achter Krasnapolsky aangemeerd, ergens bij een steigertje in de Oudezijds Voorburgwal. Toen al die mensen achter de vertrekkende Sint aanstormden, had Sam zich als kleine hummel er tussendoor gewurmd. Ik zei nog tegen Matteo, de organist, die wat verder vooraan stond: ‘Hou Sam in de gaten’, maar die kleine bleek erg snel.

Even later, toen de mensen al een beetje verspreid waren, zagen we hem nog niet. Sam was achter Sinterklaas aangegaan, een heel stuk langs het water, en stond de goedheiligman gezellig uit te zwaaien bij zijn bootje. Dat was een leuke ervaring voor hem, ja, hij was heel erg enthousiast – ik wat minder natuurlijk.

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Het verhaal van: Sam de Hondt

Wie is er eigenlijk ouder, Sinterklaas of de Oude Kerk?

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Het verhaal van: Agnes de Rijk

Al die grafstenen, al die mensen die hier hebben geleefd en zijn begraven. Hoeveel mensen liggen hier? Ik las net ergens dat ze laag over laag zijn begraven. Wat een hoeveelheid, het is bijna onvoorstelbaar.

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Het verhaal van: Lucia Steenhoff

Het eerste wat me opviel was het plafond van de kerk. Ik ben net terug na een aantal jaar in Amerika te hebben gewoond, hier begin ik weer een beetje opnieuw. Nu ben ik met vrienden uit Amerika, mijn oude buren, op bezoek in de Oude Kerk. Ik liep zojuist even alleen rond, keek naar boven, en raakte in gedachten. Zo’n gewelf is iets om kijkend in de hoogte bij weg te dromen. Ik stond me echt te verwonderen. Wauw, wat een hout! Zou dat hout van oude schepen ook hiervoor gebruikt zijn? Het ziet er heel mooi uit, zo prachtig, groot, en rond. Ik stond een tijdje te kijken en zag er iets in van de buik van een schip. En al mijmerend denk je dan aan een andere binnenkant, alsof je ineens in ‘de kiel van je ziel’ kijkt.

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Het verhaal van: Marjo Delo

Het is op het moment wat moeilijk voor me. Ik ben de kerk opnieuw aan het ontdekken zou je kunnen zeggen. Er zijn voor mij meerdere invalshoeken, en nu is er weer eentje bij gekomen. Ik zie dat er een tentoonstelling is. Alles lijkt hier wat veranderd, het bevalt me wel. Met mijn huidige kennis wil ik hier ook wel weer eens naar een concert.

Kort geleden ben ik namelijk wat te weten gekomen. Een nichtje vertelde me dat een van onze voorvaderen in de kerk begraven ligt. Ik moet het nog even verwerken. Nu loop ik hier rond, op zoek naar zijn graf. Jacob de Lo heette hij, dus anders dan mijn achternaam, met 'de' en 'Lo' los van elkaar. Volgens mij is het een broer van onze stamvader die hier begin zestiende eeuw naartoe gekomen is. Het kan ook een zoon van de stamvader zijn. De relatie ben ik nog een beetje aan het invullen. Dertig jaar geleden deed ik veel onderzoek, ook samen met mijn nichtje, naar hoe de familielijn loopt. Nu ben ik er weer mee bezig. Het is meer dan een hobby.

Begin 1600 is de eerste van onze rechtstreekse familie naar Rouen gegaan en van daaruit hierheen. Informatie daarover kun je proberen uit te zoeken, en daar kun je aardig intensief mee aan de slag. Juist omdat er ook heel veel gedigitaliseerd wordt. Normaal moet je naar steden en archieven toe. Dan krijg je bijvoorbeeld een oud boek met een geboortebriefje erin op perkament, dat is prachtig natuurlijk. Veel staat ook op microfiches. Die kun je ook bekijken in archieven, maar steeds vaker kun je gewoon op internet dingen opzoeken. Op die manier kun je archieven op afstand bezoeken. Dan moet je op een gegeven moment echt stoppen, want anders ga je niet meer naar bed! Als ik dan benieuwd ben, blijf ik verder zoeken en kan ik in mijn hoofd steeds verder doorgaan. En dan ben ik telkens een beetje perplex. Dan denk ik ‘jeetje wat is het veel’. Moet ik daar wel in duiken...'

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Het verhaal van: Gordon en Ashley, uit Edinburgh

Wij zijn vol ontzag. We lopen al even door de kerk, maar alles maakt indruk. Het houten gewelf, de graven, deze hier met een geraamte erop, en het graf van Rembrandt’s vrouw. Meestal als we een stad bezoeken of op vakantie zijn, gaan we ook ergens een kerk in. Dit is een hele bijzondere kerk, prachtig gelegen in dit oude deel van Amsterdam. We waren echt verrast. Een onverwachte plek.

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Het verhaal van: Peter Sluisman, conservator Edams museum

Wat heb je daar in die kast? Dat zijn bijzondere tegels, zomaar achter een deur. Dit zijn zeventiende-eeuwse tegeltjes. Er zijn veel soldaten afgebeeld. Je herkent ze aan de militaire kleding, sommigen hebben een geweer, hier zie je de Spaanse hofkleding, met pofbroek. Ze dragen vaandels en trommels, ze komen aangewandeld met trommelslagen.

Toen wij in 1602 de VOC oprichtten en naar de Oost gingen, namen wij behalve specerijen ook porselein mee. In die tijd was dat geweldig natuurlijk. Er werd iets meegebracht van een plek waar nog nooit eerder iemand geweest was. Alsof het van Mars kwam. Dat eerste porselein was blauw gedecoreerd. Dat blauw-wit raakte toen enorm in; je kreeg ook hier tegels en borden in die kleuren. Delfts blauw is geënt op wat er meekwam uit China. Wan-Li is de keizer die in die periode heerste, daarom heet het ook wel Wan-Li-porselein. Wat je in deze kast ziet, is dus in die stijl geïmiteerd. Je ziet dat het verder allemaal echt van hier is. Kijk, deze bijvoorbeeld, is zo Hollands als de pest: sleetje rijden! En je had in de zeventiende eeuw de tulpomanie, ook dat zie je op deze tegels; er zitten verschillende tulpen tussen op dit muurtje. Prachtig, ik vind het een ontdekking.

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Het verhaal van: Helen Verburg

Nu ik samen met Eugènie de winkel doe, zit ik echt ín de kerk. Het is bijzonder om onder de gewelven te zitten. Eerder werkte ik altijd op kantoor, dat is toch anders.

Een bijzondere herinnering heb ik aan de dag dat mijn dochtertje hier haar vijfde verjaardag vierde. Met de kinderen uit de kleuterklas zijn we toen hierheen gegaan en Herbert heeft ze een sprookje verteld: het verhaal over de dieren in de kerk en het sterrenmannetje dat hij zelf geschreven heeft. Alle kinderen zaten om hem heen, in het koor. Die kinderen hebben natuurlijk niet zo heel veel geduld, maar het was heel apart voor ze. In het verhaal klinkt op een gegeven moment het orgel, en precies op het moment dat Herbert daarover vertelde, speelde Matteo op het orgel. Ik vond het zelf ook heel bijzonder, alles bij elkaar - het gebouw, de kinderen, het verhaal, kaarsjes erbij. En toen het afgelopen was, renden de kleintjes allemaal door de kerk. Keihard.

Een andere goede herinnering heb ik aan de Museumnacht van 2010. Toen hadden we echt een giga-programmering. Mirjam en ik hadden het georganiseerd, het was ongelooflijk: twintig kunstenaars deden performances, het was druk. Kunstenaar Dirk Jan Jager had een performance met een bed waarop hij ag, halfnaakt. Op een gegeven moment liet hij zich omhoog takelen, met bed en al. Het was heel spectaculair. Ik weet nog dat er iemand naast me stond die Engels sprak en zei: 'This is the greatest thing I have ever seen.' Vervolgens drupte er honing naar beneden. Het werd een langzame stroom, heel bijzonder. Er was ook een keerzijde: die nacht hebben we nog tot vier, vijf uur in de morgen schoongemaakt. De vloer mocht niet meer kleverig zijn, want zondagochtend was er natuurlijk weer een kerkdienst.

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Het verhaal van: Katrien Vogel, beeldend kunstenaar

Vorig jaar maakte ik voor een tentoonstelling in de Oude kerk het beeld met de titel 'Wit (ex-voto's)'. Ik maakte het speciaal voor de wand direct links wanneer je binnenkomt. Ik vond het mooi passen tussen de bogen en het wit van de muur en het lichte raam. Het beeld hoefde niet op de voorgrond te staan, de kerk heeft immers al genoeg aan zichzelf, maar het was voor even mooi op die plek. Het is gemaakt van papier en met draad aan elkaar gemaakt. Het zijn allemaal ronde vormen, maar ook lang hangend naar beneden. Een soort tros. Op reis zag ik ze nog wel eens, de ex-voto's in de katholieke kerken waar gelovigen een kruk ophingen nadat hun gebeden waren verhoord en ze weer konden lopen. Ook op bedevaartroutes zag ik wel touwtjes en dingetjes, objectjes, die sporen nalieten. Wanneer je googlet op 'ex-voto's' kun je nog veel voorbeelden zien. De Oude Kerk is van origine natuurlijk een katholieke kerk, een plek van rust binnen dit hectische centrum.

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Het verhaal van: Jaap Dondorp

Pasen in de Oude kerk is echt heel bijzonder. We hebben dan van witte donderdag tot Paasochtend vier diensten, elke dag één. Daarin zie je het mooist hoe het gebouw de liturgie mogelijk maakt. Het hele verhaal van Pasen - van de dood van Jezus tot zijn verschijning op Paasochtend - beleven wij in uren en uren liturgie. Uiteindelijk vind ik de liturgie van de witte donderdag het aangrijpendst en die van de Paasnacht het meest blij.

Op witte donderdag, waarin het laatste avondmaal aan tafels in het hoogkoor wordt gevierd, wordt aan het eind van de dienst al onze inbreng de kerk uitgedragen: het brood, de wijn, het avondmaalszilver, de bloemen, de kleden, de tafel wordt leeggehaald, het licht gaat uit. Als symbool van wat er gebeurt als alles om je heen wegvalt. Zo doorleven we op weg naar Goede Vrijdag wat dat eigenlijk betekent, en realiseren we ons hoe weinig ons rest en hoe weinig betrouwbaar wij blijken, dat wij God en mensen gewoon in de steek laten.

Als dan na de Goede Vrijdag, waarin de moord op Jezus wordt verhaald en bezongen, in de Paasnachtdienst het licht weer wordt binnengebracht, is de Oude kerk voor mij op zijn mooist. Iedereen is er, de hele kerkgemeenschap, in de stille en donkere kerk. Langzaam wordt er dan één hele grote nieuwe kaars, als ‘symbool van leven door het donker heen, de doorstart door Jezus’, binnengebracht. Daarachter loopt het koor, en zingt iedereen uiteindelijk met het grote orgel, dat 40 dagen niet is bespeeld, de wereld weer open.

Dan wordt er in het donker aan die ene kaars door en voor iedereen kaarsen aangestoken en wordt iedereen, de hele kerk, verlicht. Dat is echt heel indrukwekkend. Je kunt dat in een gymzaal doen, maar hier, in déze kerk, dat is zó mooi. Dan weet je je echt door eeuwen gedragen. Hoeveel honderden jaren is dit hier gevierd? Dat voel je. Iedereen moet dat een keer meegemaakt hebben. Onze Kerstnacht is feestelijk, maar onze Paasnacht is eeuwig. En als dan op Paasmorgen de zon weer door deze kerk schijnt kan ik er, in de wereld, weer even tegen.

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Het verhaal van: Henk

Als geboren en getogen Amsterdammer voel ik sowieso een band met de Oude Kerk. Ik kom zeker nog wel een keer terug.

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Het verhaal van: Jasper Klapwijk

'De Geest zuivert de gemeente', stond er in het kerkblaadje ter gelegenheid van mijn afscheid. Het maakte mijn vertrek makkelijker, maar niet leuker. De afkondiging van de kansel, het klassieke gereformeerd-vrijgemaakte excommunicatie-ritueel, droeg ook niet bij aan de feestvreugde. In mijn afscheidsbrief stonden een paar kritische opmerkingen over de gemeente. Die had iemand er feilloos uitgelicht ter adstructie van mijn vertrek, tot verdriet van aanwezige familieleden en tot mijn niet geringe verbazing. Maar boven mijn brief stond ‘omzien in verwondering’ en hij stond juist vol goede herinneringen aan mooie gesprekken en aan een geslaagd maaltijdproject voor de ouderen in de buurt, dat perse ‘missionair’ moest heten, maar volgens mij diaconaal was.

Mijn zondag kreeg al snel nieuwe rituelen. Uitslapen en laat ontbijten bij een klein Schots eetcafé, shoppen in de Bijenkorf, naar een museum, een lezing, film of concertje: het waren zeven vette jaren. Als het zo uitkwam ging ik nog eens naar de kerk, naar een cantatedienst in de Wester bijvoorbeeld, of bij ons om de hoek in de houten Amstelkerk waar een kleine hervormde wijkgemeente huisde. Ik hoorde er van predikanten als Bert ter Schegget en Ab Harrewijn een ander evangelie dan ik van huis uit gewend was. De opstanding werd opstandig, armoede een vloek en vrede en gerechtigheid een concrete en urgente politieke eis. Langzaam begon me iets te dagen. Of moet ik zeggen: er gloorde iets.

We zetten de stap naar een nieuwe kerk pas toen mijn oudste dochter gedoopt werd. De Amstelkerk ging op in de Oude Kerkgemeente: een hoog-liturgische hervormde gemeente in de oerkerk van Amsterdam. Mensen van onze studentenvereniging waren ons voorgegaan; we kenden ze van onze Bijbelkring. Daarin ging het niet over ons geloof, maar over de Bijbel. Ik leerde er veel over het Johannesevangelie (anti-Joods) en Genesis (polytheïstisch). Ik vond wat ik zocht: de Bijbel zonder confessionele oogkleppen, mooie muziek en een oprechte poging om er iets van te maken in een gemeenschap van mensen die het ook niet precies weten, en die dus bereid zijn om samen te zoeken naar God.
---------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Het verhaal van: Marion

Ik kwam in de Oude Kerk terecht omdat het de mest katholieke protestantse kerk van Amsterdam is. Genoeg stof tot nadenken in de preken om mijn steeds vragend hoofd bezig te houden, en genoeg mooie liturgie om mijn katholiek opgevoed hartje te doen kloppen. Op een mooie zondagochtend (toen kwam ik al meer dan drie jaar in deze kerk) werd in de dienst de geloofsbelijdenis gezongen. Allen gingen staan, ik zong mee en dacht: 'Ja, dit klopt, dat wil ik, hier hoor ik bij.' Ik wilde belijdenis doen.

Belijdenis doen? Zeg je daarmee dat je het zeker weet? Kan ik dat wel? Gelukkig bleek uit de voorbereidende gesprekken dat niemand het zeker weet, maar dat we over God blijven praten. Een beetje zoals prille verliefden het steeds over hun geliefde hebben omdat ze hem of haar zo fascinerend en ongrijpbaar vinden, en steeds proberen dichterbij te komen. Het is gewoon zo mooi om naar deze kerk te gaan en om je door licht, muziek en mysterieuze woorden te laten overspoelen.

De tekenaar Jan Rothuizen verwoordt het in zijn tekening van de Oude Kerk zoals ik het voel: 'Ik begrijp niet alles tijdens de dienst, maar vind het wel erg mooi. (Mag dat?)' Deze tekening is als vouwposter bij de ingang voor toeristen beschikbaar. Die kreeg ik van Simon, een gemeentelid, na mijn belijdenis. Toen ik er laatst naar keek, zag ik dat Jan Rothuizen op 20 januari 2013 in de dienst was. De dienst waarin ik besloot om belijdenis te doen.  

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Het verhaal van: Onbekend

Schuw zoekt zij
het dak van de Oude Kerk
Donkerbruin en asgrijs
als het water van het IJ
dat voor eeuwig is bevroren
Een lotgenoot

Geen schreeuw
louter het zuchten van de tijd
Het duren
verstrijken
vergaan
Het moment verdragen

Verlichting
Vensters bundelen het zonlicht
Ver vooruit
en toch nabij
Het licht omhelst

Koud steen, warm hout
Geklemd en behouden
In de Oude Kerk staat ze stil
Stilstaan bij de Oude Kerk
Stof tot nadenken

Tijd glijdt voorbij
Roerloos
Als een zoutpilaar
Is haar baken de Oude Kerk
Ver van de wereld
die morgen is

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Het verhaal van: Bert Steenwinkel

Een kleine bijdrage aan de geschiedenis van de Oude Kerk.

Vanaf mijn kinderjaren heb ik de grootste bewondering gehad voor Feike Asma, vooral als hij in de Oude Kerk speelde, vanwege zijn warme en romantische spel op het mooiste orgel dat ik kende. Al als jongen van een jaar of 12 jaar fietste ik op zaterdag 35 km heen en 35 km terug om Feike Asma in de Oude Kerk te horen.
Mijn grootste wens sinds die tijd was om ooit even de toetsen van het orgel aan te mogen raken. Maar dat was natuurlijk kinderfantasie.

Toch is het ‘wonder’ gebeurd. Toen ik in 2003 65 jaar werd en met pensioen ging, heb ik een feest georganiseerd in de Oude Kerk voor ongeveer 250 mensen. Daarbij hoorde ook een klein concert op het grote orgel. Ik heb daarvoor gedurende twee jaar les genomen bij Wiebe Kooijmans en Peter Eilander; met zijn drieën hebben we drie kwartier geconcerteerd. Ik heb onder andere Psalm 68 van Jan Zwart en Psalm 42 van Feike Asma ten gehore gebracht. Mijn grootste, vijftig jaar durende wens was in vervulling gegaan.

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Het verhaal van: Fenje van der Lei

Op dinsdag 3 december 2013 waren we op familiebezoek aan de Oudezijds Voorburgwal. De héle familie ging naar de Kerstmarkt en ik beleefde intussen één van de mooiste momenten ooit in Amsterdam. Ik mocht genieten van het vraag en antwoordspel tussen de beiaardier van de Oude Kerk en de trompettist op de boot uit Soest, die op dat moment bij deze zo geliefde, en oudste kerk van Amsterdam in de gracht lag.

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Het verhaal van: Tom de Smet

Nog steeds als ik langs het huis loop, ik woon niet ver bij de Oude Kerk vandaan, denk ik aan oma en opa Koekoek. Bij ons thuis maakten we onderscheid tussen de ouders van mijn moeder en die van mijn vader; dan wisten we tenminste naar welke oma en opa we gingen. Die van mijn vader's kant kregen de toevoeging 'Smetje' en die van m'n moeder 'Koekoek'.

In de, voor ons kinderen immens grote, hal van huize Koekoek hing een oude koekoeksklok. Mijn opa runde in dat huis tot begin jaren vijftig een schoenmakerij en werd ook wel de burgemeester van het plein genoemd. Mijn oma was voor haar trouwen kokkin van beroep en ondanks de weinige centen, kookte en bakte ze heerlijk op een petroleumstelletje. Niemand mocht die klok aanraken, dan werd opa razend, maar toekijken hoe hij de klok opwond en dan samen wachten tot de 'koekoek koekoek' weer kwam, dat was een feestje. Later hoorde ik dat alleen mijn twee broers, mijn zus en ik die koosnaam 'Koekoek' gebruikten voor onze oma en opa op het plein, onze neven en nichten deden daar blijkbaar niet aan.

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Het verhaal van: Mevrouw De Smet

De Oude Kerk betreden voor een dienst dat deden ze niet, ze mochten dat niet eens. De familie Heubers, die in het huisje tegen de kerk aan op Oudekerksplein nummer 19 woonde, was immers katholiek. De parochie van de Sint Nicolaaskerk hield haar eigen kerkgangers graag uit handen van die protestanten. Mijn moeder, de jongste van zeven kinderen, vond dat maar vreemd. Ze woonde pal tegen de kerk aan, maar mocht er nooit naar binnen. Nieuwsgierig door het kerkraam kijken kon ze wel.

Voor de Tweede Wereldoorlog had ze op het platje achter de vliering, tegen de kerkmuur aan, haar eigen 'tuintje'. Er stonden potten met afrikaantjes en begonia's. Er ontbrak daar een stuk glas beneden in het kerkraam en door het gat kon ze naar binnen kijken. Na de oorlog ging ze er 's avonds ook zitten luisteren naar concerten. Weer later, in de jaren vijftig, ging ze wel eens naar binnen voor een concert. Soms alleen, maar ook wel samen met mijn vader, met wie ze toen verkering had. De strenge scheiding tussen katholiek en protestant lapten ze eindelijk aan hun laars.

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Het verhaal van: Maaike Dahler - Reefhuis

Iedere zondag dacht ik aan Carla tijdens het stil gebed. Tijdens de dienst van 20 oktober, twee dagen na haar dood, breekt plotseling de zon even door, precies op de plek waar ik anders nooit zit. Dat moment was voor mij een groet van een lieve vriendin.

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Het verhaal van: Han Verduin

Tijdens de 'Alteratie van 26 mei 1578' ging de succesvolle handelsstad Amsterdam 'om': het stadsbestuur omarmde als een van de laatste steden het protestantisme. De katholieke stadsbestuurders, waaronder de invloedrijke, oude burgemeester J. Buyck, priesters van kerken en kloosters, verlieten Amsterdam in grote haast per schip vanaf het Damrak, om buiten de bangrens op de Diemerzeedijk aan land te gaan. Een katholieke dienstbode heeft toen ter plaatse de niet-passende kleding van deze vluchtelingen versteld, opdat ze zich weer konden verplaatsen.

Een (fluwelen) omwenteling vond zonder bloedvergieten plaats. Het oude, katholieke geloof kon nog wel beleden worden, mits het niet aan de openbare weg zicht- en hoorbaar was. Zoals in de schuilkerk Ons' Lieve Heer op Solder aan de Oudezijds Voorburgwal 40. Wel werden de Sint Nicolaaskerk en de Sint Catharinakerk na de Alteratie door het nieuwe stadsbestuur omgedoopt in respectievelijk Oude en Nieuwe Kerk om daar hervormde / gereformeerde erediensten te houden. Overigens was een aantal jaren eerder, tijdens de Beeldenstorm, wel in beide kerken huisgehouden.

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------

De verhalen van: Jaquelien Bulterman

1. Kerst 1994
Onze oudste is in 1994 geboren. Iedere woensdag repeteerden wij in de Sweelinckcantorij en dat ging na zijn geboorte door: iedere woensdagavond oppas. Voor kerstavond dat jaar konden we geen oppas vinden, maar zonder zang voor ons geen kerst, dus namen we Frans met kinderwagen en al mee. Naast het koorhek, waar de cantorij voor stond, stond een grote kerstboom. De kinderwagen met onze zoon parkeerden we achter de boom, onzichtbaar voor het publiek, in de hoop dat Frans de hele dienst zoet zou blijven slapen. Lang ging het goed, maar de preek was nog niet afgelopen of hij gaf een eerste kik. We moesten het joch even aandacht geven en zo gebeurde het dat er in de kerstnacht van 1994 bij één van de sopranen van het koor na de preek zomaar een echte baby verscheen!

2. Kerst 1998
Toen deze baby vier jaar oud was, was het aantal kinderen in de Oude Kerkgemeente in rap tempo opgelopen, maar was er nog weinig ruimte voor kinderen. Ouders hadden zelf een oppasdienst georganiseerd, maar ze kregen niet veel steun van de toenmalige kerkenraad. Werden kinderen gezien als druktemakers?

Voor de ochtenddienst van kerst 1998 had de cantorij het Lofzang van Maria van Sweelinck ingestudeerd. Tijdens het oefenen vóór de dienst waren de kinderen altijd gewoon in de kerk aanwezig. Toen de repetitie afgelopen was en de dienst bijna begon, vroeg ik me af waar onze vierjarige Frans was. Nergens te bekennen. De schrik sloeg ons om ons hart. Zenuwachtig liepen we eerst door de kerk, maar de dienst begon. Hij zou toch niet naar buiten gelopen zijn? Eerst een rondje om de kerk. Geen vierjarige Frans. Toen de stegen in. Geen Frans. Wat was er met hem gebeurd? Had een pedofiel hem soms meegenomen? Zat hij nu ergens achter de ramen? Ik schreeuwde: 'Frans, Frans, Frans!' Geen antwoord. Als ik hem ooit terug zou vinden, hoe zou hij dan zijn? Zwaar getraumatiseerd? Overal gevraagd, in een sexshop: 'Heeft u een vierjarig jongetje gezien?' 'Nee, maar als we hem vinden, houden we hem wel hier.' Mijn hart kromp ineen: een vierjarige die in een sexshop wel even voor je vastgehouden wordt? 'Nee, hou hem maar niet hier!'

Het miezerde op die grijze kerstochtend. Ik werd al maar natter. Toen ik de buurt had uitgekamd ging ik weer terug naar de kerk. Bij de deur stond Jolande, een van de andere cantorijzangers, in haar grijze pij: 'Hij is gevonden. Hij was binnen.' Een cantorijlid hoort tijdens de dienst niet bij de deur te staan, maar zij stond er wel, in haar grijze pij met een wit dasje. Ze overtrad een ongeschreven wet. 'Ik vond het belachelijk dat de dienst gewoon doorging terwijl er een kind kwijt was', verklaarde ze later.
Ik kon nog net mijn eigen pij aandoen en de tweede sopraanpartij van de Lofzang van Maria meezingen. Nooit kan ik dit stuk beluisteren zonder te denken aan natte haren en die wanhopige zoektocht in de buurt.

Met Frans was niets aan de hand. Hij was gewoon tussen de koorbanken gekropen en daar stilletjes blijven zitten toen de dienst begon. Dom dat we binnen niet beter hadden gezocht. Maar kinderen waren toch druktemakers die de boel op stelten zetten? Dan kon de dienst toch niet begonnen zijn zonder dat het merkbaar was dat er nog een kind los rondliep? En ja, Jolande had natuurlijk gelijk dat het belachelijk was dat de dienst gewoon begonnen was. Echt veel ruimte voor kinderen in de kerk was er toen nog niet. Gelukkig is dat toen snel veranderd.

3. Kerstnachtdiensten
Voor kerstavond was het niet makkelijk om een oppas te vinden, dus namen we onze kinderen (na de zoon volgde een dochter) mee toen ze nog heel jong waren. Terwijl wij zongen in het koor, zaten zij op ooghoogte in de dichtstbijzijnde paddenstoelen. Heel spannend was dat voor hen, om een kerkdienst bij te wonen die ’s avonds om tien uur begon. Omdat het koud was, kleedden we hen warm aan. Hierover schrijft onze dochter, nu achttien jaar oud: 'Voor de kerstnachtdienst moesten mijn broer en ik altijd veel voorbereidingen treffen. Hiermee bedoel ik niet de liturgieën ordenen of kaarsjes aansteken, maar een grote zak snoep kopen voor tijdens de dienst, en onze skipakken aantrekken.'

4. Januari 2012
Onze zoon is nu negentien jaar. Hij schrijft: 'Ik heb altijd al dingen in de kerk gedaan. Ik begon als hulpkoster, ging toen in de Commissie van Ontvangst en ben nu koster.' Vandaag was zijn eerste werkdag als koster.

5. Festival of Lessons and Carols
Door de jaren heen hebben de kinderen allerlei kleine taakjes gehad: van de koster helpen tot kaarsjes aansteken, van een lied zingen tot het voorlezen uit de bijbel. In de Adventstijd wordt in de Oude Kerk altijd een Festival of Lessons and Carols gehouden, een samenspel van profetische teksten en liederen over een wereld van gerechtigheid en vrede. Ook dieren gaan in vrede met elkaar om. Jesaja 11 vers 6 spreekt van een wolf die zich neerlegt naast een lam, een panter die zich bij een bokje neervlijt en een kalf en een leeuw die samen weiden terwijl een kleine jongen ze hoedt.

Onze dochter, toen een jaar of dertien, was uitgenodigd om deze lezing uit Jesaja 11 te verzorgen. Ze had zich als een echte tiener opgetuigd met grote oorbellen die vanaf een afstand blinkten in het schamele licht. Haar vader had haar tien cent beloofd als ze in plaats van 'een kleine jongen' zou lezen 'een klein meisje'. De bijbelvaste mensen onder ons (en dat zijn er veel) viel dat natuurlijk meteen op. In positieve zin wel te verstaan. Iedereen vond het een goede zet van Willemijn en ze waren ook gecharmeerd van het schamele bedrag van tien cent. Willemijn schrijft hierover: 'Toen ik ongeveer 13 jaar oud was, moest ik een verhaal voorlezen bij het Lessons and Carols Festival. In plaats van dat een klein jongetje de leeuwen en wolven zou hoeden had ik er van gemaakt dat een klein meisje dit zou doen omdat ik dan 10 cent van mijn vader zou krijgen.'

6. Iedere woensdagavond
Iedere woensdagavond stap ik om acht uur vanuit pand 13 de kerk binnen. ’s Winters schijnt er dan een enkele lamp in de stille ruimte, dan lengen de dagen, en ’s zomers is het licht. Die eerste stap in een lege kerk is alsof ik gegroet wordt door de ambachtslieden van eeuwen her: de beeldhouwers, de metselaars, de houtbewerkers, de timmerlieden, de schilders. Vanuit het hoge, houten plafond komt hun toewijding me tegemoet. Ze waren allen bezig met iets dat groter was dan zijzelf. Hun werk spreekt alle talen. Ze tillen me op naar een werkelijkheid die enerzijds even concreet is als hout en steen, anderzijds even oneindig als de liefdevolle God zelf.

7. Vanochtend in de kerk
De profetenlezing in de kerk vanochtend, over leiders die niet tegen kritiek kunnen, sprak me meteen aan: ik worstel ook met dit soort mensen. Daarna zongen we een psalm die de macht relativeert van wie zichzelf verheft en met listen te werk gaat. Toen een tekst van Jezus: 'Zalig de treurenden, want zij zullen vertroost worden. Zalig de zachtmoedigen, want zij zullen de aarde beërven. Zalig die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid, want ze zullen verzadigd worden. Zalig de barmhartigen, want ze zullen erbarming ondervinden. Zalig de reinen van hart, want ze zullen God zien.'

Deze drie teksten raakten voor mij meteen een diepere laag. Wij leven in een wereld die draait om macht, carrière, aanzien, geld en goed, maar de teksten van vanochtend lieten in allerlei toonaarden zien dat het leven daar juist niet om draait. Het draait om liefde, om eerlijkheid, om aandacht, om bescheidenheid en rechtvaardigheid. Voor mij is het zonneklaar dat het hier gaat om diepe, universele waarheden. Hier samen met anderen mensen mee bezig zijn betekent voor mij heel veel. Het houdt het vuurtje van mijn ziel brandende. Die wekelijkse kerkdiensten heb ik echt nodig om weer met energie de week in te gaan.

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------

De verhalen van: Dick Bulterman

1. Zingen in de Oude Kerk
’s Winters in de Oude Kerk kan het koud zijn. Heel erg koud. Als je zingt tijdens een kerkdienst, bevriest bijna je vochtige adem voor je ogen. Je ziet de eeuwenoude teksten vorm krijgen voor je ogen. In de kerk is het koud, maar buiten is het vaak een stuk kouder.

2. Het gebouw als Kerk
De Oude Kerk stamt uit het jaar 1300. Zevenhonderd jaar heeft het gebouw bezoekers getrokken. Niet vanwege de kunst, niet vanwege deze stoelen, niet vanwege de voorgangers, maar vanwege iets dat veel groter is en onmogelijk met naam te noemen. Laten we zeggen: vanwege het licht.

3. Het gebouw als ontmoetingsplek
Elke week komen veel mensen naar deze kerk. De meeste mensen kennen elkaar niet als ze binnen komen, en kennen elkaar even min als ze weer naar buiten gaan. Behalve op de zondagochtend. Dan komen mensen voor het gebouw en voor elkaar. Ze al komen eeuwen lang. De meeste bezoekers kwamen in de tijd voordat er hier koffie werd geschonken. De meeste mensen nu blijven juist hangen omdat er koffie is. Het is een wonder.

4. Muziek in de Oude Kerk
Muziek en de Oude Kerk zijn in de loop van de tijd onlosmakelijk met elkaar verbonden geraakt. Tijdens diensten en concerten kon muziek emoties los maken die nauwelijks in mensentaal te vatten waren. Tijdens concerten mag je meeluisteren. Bij kerkdiensten mag je zelf meedoen. Ik heb mijn keuze snel gemaakt.

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Het verhaal van: Jolande den Braber

De Oude Kerk.
De gekleurde ramen
de kapellen met de mooie namen.
De orgels, koorbanken, de klokken.
De toren, de gewelven, de pilaren.
De schilderingen, de vele tinten grijs.
De koude stenen,
de warme gloed en de veranderende kleuren als de zon doorbreekt.

De mensen, die hier steeds opnieuw worden uitgedaagd te zoeken naar de ander en zichzelf
en te doen waar ze goed in zijn.
Ik hou er van
Het lijkt een standvastige groep mensen,
maar als je goed kijkt zie je een komen en gaan.
Zoals dat al eeuwen gaat.

Het gebouw, de mensen, de stoelen
waarop we zitten.
Het is een komen en gaan.
Misschien laat het licht,
waarvan ik soms ineens zo gelukkig word, nog wel het meest de eeuwigheid zien.
Of is het de muziek, het zingen, de klanken?
Klanken die wij mogen maken
in deze ruimte die zo meehelpt om het zo goed mogelijk te laten zijn.
Klanken, die ook als ze nieuw zijn, voortkomen uit klanken van eeuwen.

Muziek en licht in deze Oude Kerk.
Je kan het voelen.
Je kan het opsnuiven, proeven en zien.
Misschien kan je het zelfs wel horen,
eeuwigheid.

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Het verhaal van: Martin Gerssen

Pachamama  

Kijkend uit mijn keukenraam zie ik de meiden lonken. Hun waar wordt uitbundig in het rode licht uitgestald. Om hun handel van wat geluk en voorspoed te voorzien worden allerhande Zuid Amerikaanse rituelen ingezet. Zo is het brengen van een offer aan moeder natuur (Pachamama) goed voor de handel. Daarvoor kan het op straat uitgieten van een koud blikje Heineken worden ingezet of het schenken van kokend water op hun stoepje. Het opsteken van een grote Cubaan, het liefst in de handen geklemd samen met de aanmaakhoutjes, staat voor voorspoed. Een dependance van Hajenius zou een welkome aanvulling zijn op het Oude Kerksplein.

Op een dag kwam de allergrootste overbuurvrouw met een kruid in een potje aanzetten, als cadeau voor onze geveltuin. Ook de tuin behoort tot het heiligdom van Pachamama en die wordt dan ook met verve bescherm door de meiden. Met het planten van het kruid bleek onze geveltuin een bedevaartsoord te zijn geworden voor alle Zuid-Amerikaanse meiden in de buurt. Voor aanvang van de dienst wordt er een groet gebracht aan Pachamama door een bezoek te brengen aan onze geveltuin en een blaadje te plukken van het kruid. Uiteraard vergeten ze de man niet te groeten die in de pan staat te roeren achter het raam. Moeder natuur draait de rollen om.

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Het verhaal van: Eddy Reefhuis

'Koud h�' De eerste zin van een preek in de kerstnacht. De volle kerk lacht.
Want het is koud, binnen net zo erg als buiten. Maar nu zijn ze niet meer koud en alleen, ze worden aangesproken.
Aansprekend, dat is de Oude Kerk. Ook als het koud is. Het is een gebouw met een geheim dat boven zichzelf uit wijst en tegelijkertijd jou aanraakt.
Kom je tot jezelf of stijg je boven jezelf uit? God mag het weten. En wat doet het er toe? Want de Oude Kerk raakt aan ons verlangen. Eeuwenoud verlangen - de zerken onder onze voeten vragen om de mensen niet te vergeten. Wederopstanding - dat zou wat wezen! Verlangen dat ons over de eeuwen heen raakt en in ons opnieuw tot leven komt.
In de Oude Kerk heeft de kou niet het laatste woord.

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Het verhaal van: Feufi van der Hei

Monumentale ‘Oude Kerk’:
wereldontmoetingen door de eeuwen heen,
klaukkleur,
tijdloze chemie,
om met begrip, respectvol het hier en nu in vrijheid te mogen voelen

hoogachtend en wachtend, M.M.M. =
Machtig Mooi Mokum
Memento Mori,
Mok Kees Mok,
Mama Moesa

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Het verhaal van: Frank van den Broeck

Gelaagde schoonheid en geschiedenis gaan samen,
met die van de tekening en de ogen van de architectuurstudent,
die de Oude Kerk tekent.

Oude Kerk: capitalen

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Het verhaal van: Charles Stephen Hawrence Parker

My connection with Oude Kerk is a ‘choral’ by Sweelinck, ‘Mein junges Leben hat ein End’ ( ‘My young life has an end’). I learnt to play this work in 1976 in England. An organist taught it to me, his name was Paul Bennet. In 2006 record label Warrick Music (by coincidence) released Sweelincks choral on its label. This piece of music tells a story for us all. Sitting by the canals in Amsterdam.

My name is C.S.T. Parker, I am a classical composer/ pianist. I have written music for the Dutch surrealist artist Clary Mastenbroek, who also lives in Ireland. Warrick and I worked on a song called ‘Constant state of change’. Life and death is a constant state of change. I now work with Irish singer/ songwriter Mick Flannerg. We both worked on the album ‘red tot blue’. Sweelincks music has always coloured my life. In the seventies it sent a very powerful message to me as a young student. The great thing about improvised music is the connection it makes. The great thing for me with Sweelinck is that is wasn’t until I visited Amsterdam for the second time in 2002, that I realised where his music came from. A beautifull church. Sometimes red, sometimes blue.

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Het verhaal van: Sophie

In mijn studietijd woonde ik van 2005 tot 2007 aan de Oudeschans. Ik kwam vaak langs de Oude Kerk, ging binnen bij World Press Photo tentoonstellingen, de opening van het academisch jaar. Ook leidde ik vele vriend(inn)en uit heel Europa rond. De scherpe tegenstelling tussen toeristen, raamwerkers, geluksvogels en gelukzoekers vormde voor mij altijd stof tot nadenken in deze kerk.

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Het verhaal van: Mariëtte F. van Wamel

De Oude Kerk*

Zij laten pooiers en prostituees
rechts liggen
de passanten
en gaan ook aan de Oude Kerk voorbij
Er schreeuwt een kind
er wordt een vrouw geslagen
maar zij...

Zij laten pooiers en prostituees
links liggen
de passanten
Het vuur van het fatsoen brandt in hun zak
het orgel speelt
er wordt een vrouw verkracht
en straks...

als zij hun bijdrage**
betalen
denken zij nog
aan de Oude Kerk die nu al eeuwen wacht
Er roept een kind
een deur wordt dichtgeslagen
misschien

tot straks...

herzien gedicht uit 1986
* De Oude Kerk in Amsterdam
** Kerkbalans

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Het verhaal van: Anne Rijks
Mijn partner Job en ik runnen sinds afgelopen jaar de Koffieschenkerij van de Oude Kerk. De tijd is snel gegaan, we zijn nu al acht maanden open. We wilden altijd al een koffiebarretje. Het bevalt erg goed. Op het moment kunnen we er nog niet van leven, maar wie weet later. Job werkt daarom nu nog in restaurant Merkelbach in Amsterdam Oost. Het werk is tot nu toe ook nog goed te doen voor één persoon, het meest van de tijd ben ik dat.

Ik word vrolijk van de mensen die hier komen, het zijn veel liefhebbers. Van Saskia bijvoorbeeld, van het orgel. Sommigen komen vanwege Michiel de Ruyter. Er is ook een aantal vaste klanten, dat is heel leuk natuurlijk.

De Oude Kerk vind ik een geweldige locatie om te werken. Als je de kerk in gaat, bevind je je direct in een andere wereld, dat heeft iets spannends. Dit hier was vroeger de sacristie. Het is niet meteen te zien, maar de bar is exclusief voor de Koffieschenkerij ontworpen. Hij is gemaakt van delen van oud meubilair van de zolder, dat maakt het extra speciaal.

Als het even kan, doen we mee als er evenementen in de kerk zijn. Gisteren nog, toen was er een orgelconcert voor vijfhonderd man! En de Museumnacht was helemaal te gek. De ‘Nachtelijke dwalingen’ die de Oude Kerk organiseert zijn ook erg leuk.

We voelen een duidelijke link met de Wallen, we nemen bijvoorbeeld soep af van ‘Not for sale’, een speciaal project voor vrouwen die uit de prostitutie zijn gestapt en met een soepfabriekje hun geld verdienen. Hele leuke mensen werken daar trouwens. Ik denk dat er bij ons wel tien liter soep in de week doorheen gaat, en als het druk wordt zelfs twintig. Zo zie ik de Koffieschenkerij ook als een soort doorgeefluik voor goede en bijzondere dingen.

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Het verhaal van: Michel Hamersma

Ik heb niet zo veel met kerken, ik krijg er kippenvel van. Maar de Oude Kerk betekent toch iets anders voor me. We hebben er een paar keer vanuit onze winkel (Jemi Bloemsierkunst op de Warmoesstraat) modeshows georganiseerd: floral object shows. Dat is een modellenloop met bloemsierkunst, alles met organische materialen.

Het was spectaculair: de jongens van Hugo Boss hadden de modellen geregeld en de make-up kwam van Shiseido. Met iemand van House of Orange-visagisten ben ik naar Weesp gereden en daar mochten we make-up uitzoeken zoveel we wilden. Een bedrijf uit Haarlem had als sponsoring allemaal flessen Amaretto en Crodino gegeven. Cindy Pielstroom deed de presentatie, en Rob Verhulst, herinner ik me, was er ook bij.

Het was een samenwerking met de kerk, toen hoefden we er ook niet voor te betalen. Dat deden we allemaal gewoon omdat we het leuk vonden, nog steeds denken we er met veel plezier aan terug.

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Het verhaal van: Marie-Jan Hamersma

We hebben met de bloemenwinkel ook eens een Museumnacht gedaan. Mirjam Jalving van de Oude Kerk kwam bij ons en vroeg ons of we niet weer iets konden doen met onze bloemsierkunst. Binnen een week tijd heb ik toen drie jurken van bloemen en bladeren gemaakt, voor de kerkstoelen vervaardigde ik twintig kussens van mos, in de doopkapel hingen de badpakken gemaakt van acaciapeulen en blad. Het zag er geweldig uit, op internet circuleren er nog steeds foto’s van. Nu zou ik zulke grote evenementen niet meer doen, het kost erg veel energie.

Er was ook eens een sensuele markt, daar hebben we ook aan meegedaan, zo leuk. Veel planten en bloemen passen bij zo’n thema, denk je maar eens in welke. Niet alle namen zijn bij iedereen bekend, maar wat vind je van pik op schotel, venushaar, vrouwentongen, kindje op moeders schoot, susanna met de mooie ogen, vingerplant.

Ja, we hebben erg veel leuke dingen gedaan in de buurt. De Oude Kerk is op een of andere manier ook in mijn doen en laten gaan zitten, want ik werk op de tijd van de klok. Er zijn mensen die horen het geklingel op den duur niet meer, dat heb ik niet. Ik ben me er altijd van bewust. We werken, met alle bestellingen in de winkel, onder tijdsdruk natuurlijk, en als ik dan de klok hoor weet ik ‘O, ik heb nog een kwartier’. Heel gek, of juist handig, dat zou je ook kunnen zeggen. Ik weet in ieder geval altijd hoe laat het is.

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Het verhaal van Inge Kniestedt

Die beiaardier heeft er soms zo’n zin in; als hij aan het rossen is dan hoor je dat echt. Af en toe gaat hij helemaal los. Ik vind het altijd heel leuk als in de zomer die trompettist in zijn bootje met het carillon meespeelt. Ik stuur op dinsdagmiddagen dan ook heel vaak mensen die kant op, zo van: mensen ga even naar de gracht. Op het bruggetje voor de Oude Kerk is de beste plek, daar zie en hoor je iets aparts.

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Het verhaal van: Mark Doorn, programmeur van het Bethanienklooster

Jaren geleden heb ik met mijn toenmalige vriendin in de Sint Annenstraat gewoond, dat is echt onder de toren van Oude Kerk. Wat vooral opvalt in het dagelijks leven als je zo dichtbij de kerk woont, zijn de klokken. Elke zaterdagmiddag begon het carillon te spelen. Dat is erg leuk, maar ook altijd wat onritmisch. De hele dag door slaat elk kwartier de klok en daarbij klinkt er ook een melodietje. Dat riedeltje gaat in je hoofd zitten, soms tot ergernis. Het wordt niet iedere week opnieuw ingesteld, je zit er zo een half jaar aan vast. Het leuke vond ik wel dat als er dan een ander deuntje was, dat je het - hee, iets anders... eindelijk! - direct hoorde.

Op een nacht werden we opgeschrikt door een gigantische klap en glasgerinkel. Iemand bleek een fiets door onze ruit te hebben gegooid. Het aardige was wel dat we meteen hulp kregen van de mensen van de kamerverhuurbedrijven. Toch heb ik nooit het gevoel gehad dat het onveilig was. Ik zeg altijd, het is net een dorp. In de kerk en op het Oudekerksplein kwamen we niet zo vaak. Je kon daar niet zo veel, er was niet zo veel bijzonders aan horeca. Nog steeds niet trouwens. Eerst zat er nog een drukkerij, daar heb ik ook wel zaken mee gedaan.

Ik ben sinds 1999 betrokken bij het Bethaniënklooster. Tussendoor ben ik er vijf jaar uit geweest, nu ben ik weer programmeur en binnenkort ook opnieuw algemeen directeur. Er zijn een paar honderd klassieke concerten per jaar, zonder subsidie, en in het souterrain zit een jazzclub. Daarnaast heb ik een impressariaat voor klassieke muziek. Vanuit het Bethaniënklooster ligt de focus meer op de Nieuwmarkt. Zo gaat dat, het is het dichtstbij. Het kan voorkomen dat ik bepaalde delen van de stad, zelfs in de buurt, nauwelijks aandoe. Dat heb ik met het Oudekerksplein ook een beetje. Ik heb ook wel eens gehad dat ik maandenlang niet op de Dam geweest was, terwijl het toch zo’n belangrijke plek is, en om de hoek gelegen.

Ik denk dat het Oudekerksplein meer allure zou kunnen hebben. De Oude Kerk is een prachtig gebouw, traditiegetrouw en door de eeuwen heen is het een plek om samen te komen. Hij is ook zo enorm. Ik heb er ooit eens een Johannes Passion uitgezeten, althans, geprobeerd, het is niet gelukt. Het was erg koud, in de pauze zijn we weggegaan.

Ik vind samenwerking interessant, bij het sponsordiner ter afsluiting van de restauratie van de Oude Kerk heeft het Bethaniënklooster natuurlijk ook een tafel gehuurd. Op het moment ben ik bezig met de organisatie van het Red Light Jazz Festival. Zodoende heb ik ook een rondleiding gekregen langs verschillende seksclubs op de Wallen. Ik zei tegen Cor van Casa Rosso ‘nu zit ik al zo lang hier in de buurt en nog steeds weet ik niet hoe het er bij jullie uitziet’, want ik had daar natuurlijk nooit iets te zoeken. Toen hebben ze een tour aangeboden. Ik vond het niet groezelig, niet ranzig. Het had zelfs cachet. Het publiek dat er komt is een bepaald soort, maar het personeel is allemaal adequaat en vriendelijk. Ik weet nu: oké, het is gewoon een business. En een unique selling point voor Amsterdam, zo moet deze buurt zijn, een melting pot.

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Het verhaal van: Marian van der Veen – Van Rijk

Als fotograaf heb ik zo ontzettend veel meegemaakt en gezien rondom het Oudekerksplein. Graag wil ik wat herinneringen ophalen aan Mourat, een zwerver die ik heb leren kennen in de buurt. Kort geleden, afgelopen december, is hij overleden. Om te beginnen ga ik terug naar 1987, toen ik hem voor het eerst zag. Hij lag naast mijn voordeur en vroeg of ik een foto van hem wilde maken. ‘Als jij belooft dat je niet meer hier in het keldergat gaat liggen’, antwoordde ik. Hij was een drugsgebruiker natuurlijk, en hij zei dat hij het nooit meer zou doen. Maar later lag hij er weer. Ik zei: 'Je zei dat je hier nooit meer zou gaan liggen...’ Maar hij bedoelde dat hij niet meer bij mij voor de deur zou gebruiken.

Hij heeft vierentwintig jaar op straat geleefd. Potverdorie, die man moest elke nacht weer opnieuw een slaapplaats vinden. Hij was er eigenlijk altijd, en dan zag je hem weer eens een tijdje niet. Achteraf begreep ik dat hij dan in de bak zat. Want hij kreeg vaak boetes, die liepen op en dan moest hij zitten. Hij zag er altijd heel goed uit als hij in de bak geweest was. Zo bleef het gaan. Tot er een hele strenge winter kwam in ’96. Meestal had hij drie of vier jassen over elkaar aan, hij was van ver te herkennen. Eigenlijk was hij een heel klein mannetje met een hele grote neus. Hij was hierheen gekomen vanuit Libanon, opgegroeid in Beiroet als kind van een arabische vader en een joodse moeder – en dat mocht niet. Via omzwervingen kwam hij in Amsterdam terecht. Hier ontmoette hij iemand die ‘iets lekkers voor hem had’. Ja, drugs natuurlijk. Het ging uiteindelijk steeds minder goed met hem. Hij kon nergens heen, want hij was statenloos.

Lies, de leider van de Zusters Augustinessen die hier in de buurt zaten, had open huis. Ze ging naar binnen en kwam terug met een deken. 'Kijk Mourat', zeiden we, 'dit is gemaakt door de zusters.' 'Wat met de hand gemaakt is komt uit het hart', zei hij. Het was een gebreide deken, gemaakt door de oude nonnen van het moederhuis in Tilburg. Daar is zijn geluk begonnen, met die deken. Hij had een plekje gevonden bij de Oude Kerk, achter het eerste hek na de tuin. Hij sliep er, dagen achterelkaar, zonder dat de politie hem ook maar had opgemerkt. Alleen als je heel goed keek, kon je hem zien. Het beeld zie ik nog zo voor me: die gekleurde deken, met een neusje erboven uit.