DEZE VERHALEN WERDEN NIET VOOR HET PROJECT GESCHREVEN MAAR HEBBEN WEL BETREKKING OP DE OUDE KERK

-----------------------------------------------------------------------------------------------------------

Milan Kundera over de Oude Kerk in De ondraaglijke lichtheid van het bestaan, 1985

De stoelen en loges staan hier zonder de minste aandacht voor de vorm van de muren en de plaats van de zuilen, alsof ze hun onverschilligheid en minachting willen uitdrukken voor de gotische architectuur. Het calvinistische geloof heeft al eeuwen geleden de kerk veranderd in een hangar, die geen andere functie heeft dan het gebed van de gelovigen te beschermen tegen regen en sneeuw.

-----------------------------------------------------------------------------------------------------------

De Oude Kerk (Sint-Nicolaaskerk), Oudekerksplein 23, door: Geert Mak

Op de plaats van de huidige Oude Kerk stond oorspronkelijk een klein kapelletje, maar Aemstelredamme deelde zijn pastoor met de kerkjes van Ouder- en Nieuwer-Amstel. Pas op 5 mei 1334, toen de bisschop besloot om een zekere Wouter van Drongelen als pastoor van de Oude Kerk aan te stellen, was de jonge stad blijkbaar volwassen genoeg om een eigen zielenherder voldoende om handen te geven. Rondom de Oude Kerk ontstond, zo valt uit gevonden keurmerken en textielresten af te leiden, een buurtje waar verschillende ambachtslieden op het gebied van de textielnijverheid actief waren. Zeer populair was ook de beschermheilige van deze kerk, de ‘waterheilige’ Sint-Nicolaas, die schepelingen en polderbewoners beschermde tegen de gevaren van het

water en die later furore maakte als kindervriend, rijdend met een paard op de Amsterdamse daken, op de avond van zijn naamdag cadeautjes strooiend in de schoorstenen. Het interieur van de kerk moet in de Middeleeuwen veel weelderiger zijn geweest, rijk beschilderd met zijkapellen vol kunstwerken. Ieder jaar werd vanuit de kerk de zogenaamde Mirakelprocessie gehouden, waarbij de hele stad uitliep, en waar ook de kinderen eigen rollen speelden: als

engeltjes met vleugeltjes op de schouders en als duiveltjes die, volgens een 16e-eeuwse beschrijving, een ‘peckstock in de hant’ hadden en met roet waren ingesmeerd – ze kwamen immers zo uit de hel – en die ‘een groot schrickelijck grijns voor ’t aengesicht’ trokken, waarmee ze de kleintjes langs de route met succes aan het huilen maakten. Daarna kwamen de schutters in hun harnassen, de leerlingen van de Latijnse school, zingend in hun witte koorhemden,

de monniken, de boetelingen, de burgemeesters en de pastoor. Ondertussen speelden de stadsspeellieden ‘seer liefl ijcken ende fraye op pijpen en schalmeijen’. Tijdens de beeldenstorm is het een en ander beschadigd, maar de grote onttakeling vond pas in de jaren daarna plaats, toen de meeste kerkelijke goederen werden verkocht. Van 1580 tot aan zijn dood, in 1621, was de Oude Kerk de thuisbasis van een van de bekendste Nederlandse componisten, Jan Pieterszoon Sweelinck. In de nok van het dak, boven aan een hoge trap, is nog altijd de ingang zichtbaar van de zogenaamde
IJzeren Kapel, de eerste stadskluis waarin tijdens de Middeleeuwen de belangrijkste stukken – privilegiën en dergelijke – werden bewaard.

-----------------------------------------------------------------------------------------------------------

Beelden en kleuren moesten de kerk uit

Door: Yoram Stein
'Tienduizend zielen liggen er begraven, een dikke plak lijken'

De Tsjechische auteur Milan Kundera moet zijn ogen hebben uitgekeken toen hij ooit in Amsterdam de Oude Kerk bezocht. In 'De ondraaglijke lichtheid van het bestaan' schrijft hij over de ligging van de kerk: ,,Aan de ene kant staan huizen, en achter de grote, op etages lijkende ramen op de begane grond, liggen kamertjes van hoeren die in ondergoed in stoeltjes vol kussens vlak bij de ruiten zitten. Ze zien eruit als grote verveelde poezen. De andere kant van de straat wordt gevormd door een gigantisch gotisch kerkgebouw uit de veertiende eeuw. Tussen de hoerenwereld en Gods wereld golft een intense urinegeur als een rivier tussen twee rijken.''

De urinegeur is op deze regenachtige zondag niet te ruiken, maar de hoeren zitten er nog steeds verveeld bij. Ze genieten weinig belangstelling vandaag. De rij voor de kerk is groter dan die voor de roodverlichte ramen. Weliswaar onderhandelt een enkeling met een schaars geklede dame over de prijs van de te verlenen diensten, maar tegen de show van Geert Mak valt voor de 'meisjes van plezier' niet op te concurreren.

Meer dan driehonderd bezoekers willen meemaken hoe Mak -met behulp van authentieke 15de-eeuwse preken die een acteur over het preekgestoelte doet schallen, en met behulp van nóg oudere gregoriaanse gezangen- zeven eeuwen van kerk- en geloofsverleden 'tot leven brengt', zoals aangekondigd staat in het programmaboekje.

,,Aan de muren hangt geen enkel schilderij, nergens staat een beeld'', schrijft Kundera. ,,De kerk is leeggeruimd als een gymnastiekzaal. De armen moesten staan en de rijken hadden loges. Maar er was iets wat bankier en armoedzaaier verbond: de haat tegen schoonheid.''

,,Je hoort vaak dat deze kerk zo kaal is geworden door de beeldenstorm'', vertelt Mak, die met een microfoontje op zijn colbert de kerk doorbanjert. ,,Maar die beeldenstorm heeft maar kort geduurd. Veel meer schade is aangericht door priesters en anderen die met spullen uit de kerk zijn weggelopen. Die spullen zijn nooit teruggekeerd.''

Mak beschrijft hoe de beeldenstorm in Amsterdam begon. In 1566 waren er in Gent en in Antwerpen al volksrellen uitgebroken, en toen dat nieuws zich door de hoofdstad verspreidde, werden de geestelijken zenuwachtig. Preventief begonnen zij de dure spullen uit de kerk weg te halen. ,,De preventie van de rel, lokte de rel juist uit'', zegt Mak. ,,Het verwijderen van beelden en zilverwerk had op de Amsterdammers van toen hetzelfde effect als drie ME-busjes op een stel krakers.''

,,Tijdens het dopen van een aantal kinderen in de Oude Kerk, sloeg de vlam in de pan. De dienst werd verstoord door geroep, een vrouw gooide haar pantoffel naar een priester, en daarna begon het sloop- en plunderwerk. Daar lagen niet alleen religieuze motieven aan ten grondslag. Een van de priesters stond erom bekend dat hij het liefst jonge meisjes de biecht afnam.'' De zaal lacht. ,,Er is niet veel veranderd'', zegt een vrouw.

Er is juist heel veel veranderd, legt Mak uit. In de Middeleeuwen had Amsterdam een rijk religieus leven. Overal in de stad stonden heiligenbeelden. Die werden tijdens de processies, die je nu nog in het Spaanse Sevilla kunt meemaken, meegevoerd door de straten. Religie was toen nog een grote theatershow, 'een waanzinnig spektakel'.

In een bonte stoet verplaatsten als duivels uitgedoste leerlingen van de Latijnse school, halfnaakte boetelingen, en in het bruin, groen en grijs gestoken monniken zich door de straten. De pastoor van de Oude Kerk die ook meeliep, torste heilige relikwieën. Bijvoorbeeld de hostie die puntgaaf uit het in het vuur geworpen braaksel van een zieke Amsterdammer was gered. ,,Een wat onsmakelijk verhaal'', zegt Mak. ,,Wat er met de zieke man is gebeurd, is overigens onbekend.''

In de kerk ging het er ook heel anders aan toe dan nu. Een stuk minder plechtig. Het was 'een helse herrie', zegt Mak. Aan de lopende band werden er mensen begraven, rijke burgers die er geld voor overhadden om ergens te liggen waar goed voor hun zielenheil gezorgd werd, het liefst niet op het gangpad waar al te vaak over hen heen gelopen werd. In de katholieke tijden van de Oude Kerk overstemde de wierook de lijkenlucht nog enigszins, maar de stank was evengoed erg genoeg om de kerkgangers over 'die rijke stinkers' te laten mopperen.

De lijkenlucht bleef nog even hangen na de plotselinge omschakeling naar het protestantisme in 1578, toen Amsterdam naar de Geuzen overliep, en zijn roomse stadsbestuurders per boot 'aan de dijk' zette. De protestanten hadden, met het afschaffen van het vagevuur, weliswaar niet meer zo'n behoefte aan de diensten waarin voor hun zielenheil gebeden werd, maar zij vonden het toch wel 'chic' om in de kerk begraven te worden.

De Oude Kerk veranderde door het protestantisme van aanzien, werd 'omgetoverd' in 'de gymnastiekzaal' die Kundera aantrof. Alle 38 altaren voor de gildenbroeders, de binnenvaartschippers, de notabelen, en tal van andere groepen, werden stukgeslagen. Alle beelden, alle kleuren, al het lawaai in de kerk: het moest allemaal plaats maken voor protestantse soberheid en sereniteit. Van de muziek, waar de Oude Kerk beroemd om was, moesten de dominees en de kerkenraad niets hebben. ,,Eigenlijk had men het orgel willen vernietigen, als concessie werd bereikt dat het orgel alleen buiten de diensten zou spelen.''

In 1832 schreef de kerkenraad nog dat de organisten er voor moesten waken dat 'het gezang te muzikaal werd', maar nu klinkt het orgel weer als vanouds. Terwijl acteur Joep Dorren een 15de-eeuwse preek van pater Brugman reciteert (deze pastoor is verantwoordelijk voor de uitdrukking 'praten als brugman'), om vervolgens in een 17de-eeuwse donderpreek uit te varen tegen het paapse bijgeloof in Sint Nicolaas (de heilige aan wie de Oude Kerk gewijd is), zie je de bezoekers genieten: het religieuze theater heeft weer een plek gekregen in de stad.

-----------------------------------------------------------------------------------------------------------

Herbert van Hasselt, oud-directeur van Stichting de Oude Kerk

Er zijn in Amsterdam drie bijzondere “muziekgebouwen”: het Concertgebouw, het Muziekgebouw aan het IJ en daartussenin ligt de oudste: de Oude Kerk, die ook nog steeds een ‘levende kerk’ is en tevens museum en brede culturele instelling: al 800 jaar sacraal en seculier, hand in hand!

Graag schrijf ik weer eens over dat laatste muziekgebouw, dat toch de eerste is. Dat gebouw in het hart van de binnenstad, dat door de Amsterdammers amper wordt bezocht. Dat zelfs ter zijde geschoven werd door de Amsterdamse Canon Commissie, ondanks krachtige steun van cultuurwethouder, Carolien Gehrels. Dus over de Oude Kerk, het meest authentieke oergebouw, dat bijna alle stadsgeschiedenis binnen haar 800-jarige baksteengotiek bewaart. En dat door geen van de historische stadsbranden werd aangetast. Denk aan de 5000 m2 in het originele, houten tongewelf, grootste in Europa.

Oude Kerk: restauratie van 75 jaar

De aanleiding is, dat dit Europese monument bijna klaar is met een 75 jaar durend restauratieproces van 1938 tot 2013, een vrijwel private operatie! Een groot wonder mag het wel genoemd worden, dat dit godshuis haar bouwhistorische karakter en – heel belangrijk – zijn onvolprezen akoestiek heeft behouden. Wat een contrast met de omgeving: terwijl de Oude Kerk gestaag weer herrees, verloederden buurt en plein, waarvan zij al sinds 1250 onderdeel uitmaakt. Ongenaakbaar... en dus ouder dan Amsterdam. En uniek in de wereld – juist heel dicht bij hen, in deze Rosse Buurt, die het meest worden vernederd…

Drie bekende Nederlanders onderstreepten nog eens: dit is het mooiste en echt meest interessante gotische kerkmonument van ons land, aldus columnist H.J.A. Hofland, oud-minister Margreeth de Boer en architect Sjoerd Soeters. Dat vinden zeker ook de grote musici (zie de titel van dit stuk), die de kerk in kwamen, daar concerteerden of ten gehore werden gebracht – en magistraal de mooie akoestiek en de oude stilte bespeelden.

Oude Kerk: internationale geschiedenis

De hele wereld loopt hier rond. De Italianen roepen direct enthousiast, kijkend naar de Renaissance-ramen: “Oh, onze architect Donato Bramante!”. Zij bewonderen dan de glas-in-loodramen uit 1555 met dat ultieme kerkje in Rome, Bramante’s Tempietto de San Pietro. Dat is nota bene te zien rond de mooiste plek van de kerk - het ‘Vrouwekoor’, waar Vondel zijn vrouw Maayken en hun drie kinderen begroef. Met ontroering schreef Kees Fens over die mooiste kapel : “Voor haar en over dit allermooiste ‘Choor’ schreef Joost van den Vondel zijn opmonterende gedicht, de Lyckklacht aan het Vrouwekoor uit 1635”.

De Russen en de Noren komen allen naar de Hamburgerkapel voor het graf van “hun admiraal”, Cornelis Cruys (Stavanger 1657-St Petersburg 1727). Hij moderniseerde in de zeventiende eeuw de Russische vloot voor tsaar Peter de Grote. Deze zeeman belichaamt het zuiverste voorbeeld van een historisch, Europees asielzoekersverhaal. Voor hem, een protégé van Ruslandkenner-burgemeester Nicolaes Witsen, was Amsterdam aanvankelijk een veilige haven.

De Amerikanen komen hier voor hun vroegste geschiedenis onder het grote stadsorgel en voor de kansel, verbonden aan Manhattan, Nieuw Amsterdam en China. De Denen vragen allen naar het graf van Coenraed van Beuningen, de Amsterdamse burgemeester en reizend gezant, “extraordinaris”, die Denemarken redde uit de handen van de Zweden (1656) en die daarmee ook goede zaken deed voor de Haven van Amsterdam. Wouter Bos, ooit op het honderdste ministerschap van Financiën, zou in het hoge koor zijn allereerste voorganger kunnen ontmoeten, Cornelis Charles Six van Oterleek.

Oude Kerk: centrum van muziek en cultuur

Wie dit gebouw – anders dan de Amsterdammers – met al zijn Europese geschiedenis wel relevant vonden: keizer Maximiliaan van Oostenrijk; kroonprins Philips (II) en zijn legeraanvoerder; de hertog van Alva; Sweelinck; de vroeg-geëmancipeerde Maria Tesselschade en haar vader Roemer Visscher; Rembrandt en Saskia (die in 2012 haar 400e verjaardag viert), maar ook die andere buurtbewoners Coornhert, Mozart, Marx, Roth en Camus. En in onze tijd Errol Garner, Jesse Jackson en Milan Kundera, met zijn Ondraaglijke Lichtheid.. uit 1983. En John Irving met het weemoedige verhaal Until I find you, waarin de zwaar getatoeëerde maestro-organist midden in de nacht voor alle hoeren van de stad het allermooiste van Bach speelde – en ook nog eens op het allermooiste orgel, de Toccata en Fuga in D mineur, BWV 565. En buiten de kerk, de zon ging nog net niet op, liepen mannen ontredderd rond op de kille klinkers van deze oude plaza, dat ooit het eerste plein van de stad was, het Oudekerksplein met zijn prachtige oorspronkelijke basalten keien.

En waar moesten Willem-Alexander en zijn bruid Maxima zijn, toen zij in de Nieuwe Kerk trouwden? Ja, toch ook bij die eerste ‘parochie’, de Oude Kerk, die nog wel sacraal leven vertoont. Want in het huwelijksregister van deze Wallenkerk werd dit koninklijk huwelijk aan de Dam ingeschreven.

Dan is er nog die schitterende toren met haar grote Hemonycarillon, waarop de stadsbeiaardiers Boudewijn Zwart en Gideon Bodden iedere dinsdag- en zaterdagmiddag spelen. Onlangs nog met Philip Glass’ complete Metamorphosis. De “hele wereld” liep opmerkelijk opgewonden om de kerk en onder hen waren slechts enkele Amsterdamse liefhebbers, afkomstig uit de Oudezijds Achterburgwal, uit de Artis-buurt en uit Oud-Zuid. Met deze minimalist Glass, en de moderne kunsttentoonstellingen van ‘Art In Red Light’ en ‘Rietveld in de Kerk’ toont deze ‘vergeten’ kerk, die tevens het 10e museum in de stad is, dat zij al bijna acht eeuwen midden in het moderne leven staat. En eigenlijk ook steeds het voortouw nam bij het restauratieproces, “1012”, in de Oude Binnenstad.

Oude Kerk: schoonheid en stilte

De Oude Kerk bevat wereldomspannende geschiedenis, grote schoonheid, een indrukwekkende akoestiek, en een zeer oude stilte! Geen wonder, dat de grootste Nederlander, componist Jan Pietersz. Sweelinck juist hier begraven ligt, sinds 1621 (zie zijn buste van beeldhouwster Elisabeth Varga, onlangs overleden). In 2012 wordt Sweelincks 450e geboortejaar gevierd. En aan zijn voeteneinde de Amsterdamse ‘Leonardo da Vinci’, Jan van der Heyden, de eigenlijke uitvinder van het Amsterdamse ‘Night Life’ vanwege zijn 1800 grachtenlantaarns.

Als je de schitterende kerkruimte nu inloopt valt op, dat het prachtige zonlicht nog steeds zo schijnt als op al die interieurs van Emanuel de Witte en Johannes Bosboom, die hier vele malen schilderden, in de tweede helft van de Gouden Eeuw en in de 19e eeuw.

Oude Kerk: belichaming van het Amsterdamse verleden

De restauratie van de golvende gravenvloer is nu voor driekwart volbracht. Met enige fantasie kijken de 21e-eeuwse toeristen, de meesten buitenlanders, van vandaag direct de Hollandse Renaissance in.. en naar de middeleeuwen van de graven van Holland in 1250. Dan wordt deze eerstegotiekaan de Amstelmonding opgetrokken. Even was het er nog stil, met geruis van wuivend riet, vogelgeluiden en een geur van zout, brak en zoetwater. Maar dan ontstaat die “Stad uit het Niets”…

Ooit werd hier in de kerk en bij de ingang ’s werelds eerste aandeelverhandeld. Maar de waarschuwende ‘Hollandse Piëta’ van 1420 geeft, met een cartoon, een waarschuwing. Nog origineel op het werkelijk schitterende houten tongewelf, dat verwijst naar de eerste pastorale brief van Paulus aan Timoteüs, dus toen – AD 58 – ook al over kredietcrisis en bonuscultuur: “Wie rijk wil worden, staat bloot aan verleiding, raakt in een valstrik en valt ten prooi aan dwaze en schadelijke begeerten – die een mens in het verderf storten en ten onder doen gaan. Want de wortel van alle kwaad is geldzucht.”